Kennisbank
Verblijf in een jeugdinrichting
Uw rechten en plichten in een jeugdinrichting: bezoek, onderwijs, begeleiding, nachtdetentie en terugkeer via een scholings- en trainingsprogramma.
Een verblijf in een justitiële jeugdinrichting (JJI) draait niet alleen om vrijheidsbeperking, maar ook om opvoeding, onderwijs en terugkeer in de samenleving. Jongeren hebben daarbij rechten én verplichtingen. Voor ouders en andere naasten zijn vooral de mogelijkheden voor contact en betrokkenheid bij de begeleiding van belang.
Justitiële jeugdinrichting: wettelijke bescherming
De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) regelt de rechtspositie van jongeren in een JJI. Verdere regels staan onder meer in het Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj). Deze uitleg gaat over justitiële jeugdinrichtingen, niet over verblijf in een Jeugdzorg-plusinstelling op civielrechtelijke grond.
Ook het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) biedt bescherming. Artikel 37 onder c IVRK geeft een kind in detentie recht op familiecontact door brieven en bezoek, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. De Beijing Rules benadrukken toegang voor ouders en wettelijke vertegenwoordigers. De Havana Rules gaan uit van regelmatig bezoek met respect voor privacy: in beginsel wekelijks en minimaal maandelijks.
Bezoek en brieven
Minimaal één uur bezoek per week
Volgens artikel 43 lid 1 Bjj heeft een jongere recht op ten minste één uur bezoek per week. De huisregels moeten duidelijk maken:
- wie op bezoek mogen komen en met hoeveel personen;
- hoe bezoek wordt aangevraagd;
- waar en wanneer bezoek plaatsvindt;
- hoelang het bezoek duurt.
Iedere bezoeker moet zich bij binnenkomst behoorlijk legitimeren. De directeur kan kleding en meegebrachte spullen laten onderzoeken op gevaarlijke voorwerpen. Die kunnen tijdens het bezoek worden bewaard tegen een ontvangstbewijs, of voor het voorkomen of opsporen van strafbare feiten aan een opsporingsambtenaar worden overgedragen (artikel 43 lid 5 Bjj).
Weigering, toezicht en beëindiging
De directeur kan een bepaalde bezoeker weigeren wanneer dat nodig is vanwege:
- orde of veiligheid binnen de inrichting;
- het voorkomen of opsporen van strafbare feiten;
- bescherming van slachtoffers of andere betrokkenen bij misdrijven;
- de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van de jongere;
- uitvoering van het perspectiefplan: het plan voor de begeleiding en ontwikkeling van de jongere.
Voor deze gronden, behalve slachtofferbescherming, geldt een weigering maximaal vier weken. Daarna kan de directeur opnieuw een weigering opleggen als hij dat nodig vindt.
Dezelfde belangen kunnen aanleiding zijn om gesprekken te beluisteren of op te nemen. Jongere en bezoeker moeten hierover vooraf worden geïnformeerd. Ook kan bezoek voortijdig worden gestopt en kan de bezoeker worden verwijderd (artikel 43 lid 6 Bjj).
Bijzondere bezoekers en post
Voor de bezoekers uit artikel 42 lid 1 Bjj gelden ruimere mogelijkheden. Bij dit *geprivilegieerde bezoek* is er geen toezicht, tenzij de veiligheid van de bezoeker dit noodzakelijk maakt.
Ouders, voogd, stiefouder, pleegouders en advocaat kunnen op vastgestelde plaatsen en tijden langskomen. Voor de genoemde opvoeders geldt een uitzondering bij zwaarwichtige belangen. Onder meer leden van de commissie van toezicht, de beklagcommissie en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) kunnen altijd bezoeken.
Artikel 41 lid 1 Bjj geeft recht op het ontvangen en versturen van post. Hoewel de directeur post in bepaalde gevallen mag tegenhouden, mag hij verzending of uitreiking van brieven tussen de jongere en ouders, voogd, stiefouder of pleegouders niet weigeren (artikel 42 lid 1 onder l Bjj).
Onderwijs en vorming
Onderwijs is verplicht
De directeur moet onderwijs, vormingsactiviteiten en de benodigde voorzieningen beschikbaar stellen (artikel 52 lid 3 Bjj). De jongere moet onderwijs volgen in het kader van zijn opvoeding en ontwikkeling (artikel 52 lid 1 Bjj): minimaal 26 uur per week, van maandag tot en met vrijdag.
Daarnaast geldt de Leerplichtwet 1969. Kinderen van 5 tot en met 16 jaar moeten naar school. Zonder startkwalificatie loopt de onderwijsverplichting door tot 18 jaar. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma, of minimaal mbo-niveau 2. Er bestaan uitzonderingen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zoals bedoeld in artikel 4a lid 2 Leerplichtwet.
Aansluiting bij niveau en eerdere school
Een externe onderwijsinstelling verzorgt het onderwijs binnen de JJI. Er zijn onder meer vmbo, mbo en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Klassen tellen maximaal 7 of 8 leerlingen. Het onderwijs moet zo goed mogelijk aansluiten bij de eerdere schoolactiviteiten.
Voor particuliere inrichtingen geldt de Wet op de expertisecentra; voor rijksinrichtingen het Rjj. In een rijksinrichting vormen een intake en een onderwijstraject met doelen en resultaten de basis. Artikel 62 lid 3 Rjj noemt rekenen en wiskunde, Nederlands, wereldoriëntatie of maatschappijleer, zelfredzaamheid, praktijkvakken, lichamelijke opvoeding en creatieve vorming.
Voor plaatsing op een VSO-school is een toelaatbaarheidsverklaring nodig. Het samenwerkingsverband laat zich daarbij door twee deskundigen adviseren. Een Commissie van Begeleiding ondersteunt de ontwikkeling van leerlingen vanuit onderwijs, opvoeding, psychologie en medische kennis.
Bij de onderwijskeuze tellen beveiliging, toegestane vrijheden en redelijke wensen van de jongere en opvoeders mee (artikel 52 lid 2 Bjj). Ook moeten jongeren nieuws kunnen volgen en een bibliotheek kunnen gebruiken (artikel 53 lid 1 Bjj).
Voor een extra cursus kan de directeur een kostenvergoeding aanvragen. De cursus moet bijdragen aan de opvoedkundige vorming, passen bij het perspectiefplan en geen veiligheidsgevaar opleveren. De aanvraag moet schriftelijk worden onderbouwd met gespecificeerde kosten.
Begeleiding: YOUTURN, TOPs! en Work-Wise
De vijf fasen van YOUTURN
Alle JJI’s werken met YOUTURN. Deze aanpak leert jongeren verantwoordelijkheid nemen, omgaan met boosheid en sociale vaardigheden ontwikkelen. Hoeveel fasen iemand doorloopt, hangt af van het verblijf.
1. Intake: maximaal tien dagen, met gesprekken, tests en informatie van ouders, school en jeugdreclassering. Binnen drie weken wordt een perspectiefplan opgesteld. De jongere krijgt een mentor. 2. Stabiliseren en motiveren: maximaal twaalf weken, meestal tien, met onderwijs en trainingen. 3. Persoonlijke ontwikkeling: vanaf ongeveer twaalf weken, met aandacht voor het delict en factoren zoals agressie of middelengebruik. Iedere vier maanden volgt een nieuw perspectiefplan. Verlof kan eerst begeleid en later zelfstandig plaatsvinden. 4. Terugkeer: scholing en training buiten de inrichting via een scholings- en trainingsprogramma. 5. Nazorg: na de definitieve uitstroom draagt de JJI relevante informatie over aan de gemeente en de (jeugd)reclassering.
Gerichte programma’s
TOPs! is een groepsprogramma voor jongeren van 12 tot en met 24 jaar, ook geschikt bij een lichte verstandelijke beperking met een IQ van minimaal 70. Het omvat 40 bijeenkomsten van een uur over dagelijkse situaties, boosheid, sociale vaardigheden en nadenken over goede keuzes. Het minimum is twee bijeenkomsten per week; instromen kan op ieder moment.
Work-Wise ondersteunt jongeren die langer dan drie weken blijven bij opleiding en werk. Een individuele trajectbegeleider helpt ook met wonen, vrije tijd en sociale contacten. Het traject bestaat uit een voorbereiding van vier tot zes weken, een werkgerichte fase van 26 tot 39 weken en twintig weken nazorg.
Andere behandelingen richten zich bijvoorbeeld op delictgedrag, middelengebruik, agressie of zedenproblematiek. Voor psychiatrische problemen zijn behandelingen door psychiaters en psychologen beschikbaar.
Nachtdetentie
Bij nachtdetentie gaat de jongere overdag naar school, werk of dagbehandeling, eventueel met begeleiding. Avonden, nachten en weekenden worden in de JJI doorgebracht. Artikel 493 lid 3 Wetboek van Strafvordering biedt hiervoor een basis tijdens voorlopige hechtenis. Nachtdetentie kan ook onderdeel zijn van een gedragsbeïnvloedende maatregel met trainingen of behandelingen (artikel 77w Wetboek van Strafrecht).
Voorwaarden en uitsluitingen
Jongeren tussen 12 en 18 jaar kunnen in beginsel deelnemen wanneer voorlopige hechtenis voor het strafbare feit mogelijk is. Nodig zijn een zinvolle, gestructureerde dagbesteding, een redelijke reisafstand en een ondertekend contract.
Nachtdetentie is uitgesloten bij vluchtgevaar, gevaar voor nieuwe strafbare feiten, een geschokte rechtsorde, beperkingen van de rechter-commissaris of uitzetting of uitlevering na afloop. Ook een verwachte onvoorwaardelijke straf of maatregel van meer dan zes maanden sluit deelname uit.
Een eerder strafbaar feit of relatief zwaar delict betekent niet automatisch uitsluiting: aard en omstandigheden tellen mee. De rechter kan daarnaast gedragsproblemen, een lange vakantie zonder dagbesteding en zorgen van de Raad voor de Kinderbescherming meewegen.
Aanvraag en afspraken
De jongere, advocaat, officier van justitie, Raad voor de Kinderbescherming of jeugdreclassering kan om nachtdetentie verzoeken. De rechter beoordeelt de mogelijkheden. De JJI en jeugdreclassering stellen vervolgens een plan op; de selectiefunctionaris regelt de plaatsing.
Voor de start moeten afspraken over dagbesteding, vervoer en controle vastliggen. De JJI regelt het vervoer en bespreekt het contract. Bij overtreding kan de officier van justitie waarschuwen of nachtdetentie beëindigen. Dan volgt verblijf overdag én ’s nachts in de JJI.
Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ)
Een KVJJ is laag beveiligd en bedoeld voor jongeren in voorlopige hechtenis en jongeren in de eindfase van een PIJ-maatregel: plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Plaatsing dichtbij de eigen omgeving helpt contacten behouden.
Er zijn vijf KVJJ’s: Amsterdam, Rijnmond in Krimpen aan den IJssel, Haaglanden, Noord in Groningen en Zuid in Venlo. Iedere voorziening heeft maximaal acht plaatsen.
Scholings- en trainingsprogramma (STP)
Een STP maakt de overgang naar de samenleving geleidelijker. De jongere verblijft buiten de JJI, onder begeleiding en toezicht van de (jeugd)reclassering. Deelname is geen recht. Vooraf moeten wonen, werk of scholing en vrijetijdsbesteding geregeld zijn.
Artikel 2 Rjj vereist minimaal 26 uur activiteiten per week, bijvoorbeeld onderwijs, sociale vaardigheden, werkvoorbereiding of bijzondere zorg.
Wanneer is deelname mogelijk?
Bij jeugddetentie moet minimaal twee derde van de onherroepelijke straf zijn ondergaan en minimaal drie maanden straf resteren. Het STP duurt maximaal drie maanden (artikel 4 Rjj).
Bij een PIJ-maatregel kan het STP volgens artikel 5 Rjj op zijn vroegst beginnen:
- drie maanden vóór het voorwaardelijke einde bij een maatregel van maximaal drie jaar;
- zes maanden daarvoor bij meer dan drie maar minder dan vijf jaar;
- een jaar daarvoor bij een maatregel van maximaal zeven jaar.
In bijzondere gevallen is langere deelname mogelijk.
Uitsluitingen betreffen onder meer voorlopige hechtenis, andere vervolging met een gevorderde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, een nog te beginnen PIJ-maatregel en verplicht vertrek, uitzetting of uitlevering. Ook vreemdelingenbewaring bij 12- tot 17-jarigen en civielrechtelijk verblijf sluiten deelname uit. Bij civielrechtelijk verblijf bestaat een uitzondering voor een al gestart STP (artikelen 3 en 6 Rjj).
Besluit en voorwaarden
Na overleg met de jongere vraagt de directeur toestemming aan de minister, die binnen vier weken beslist. Weigering is mogelijk als het programma niet aan de eisen voldoet, niet past bij de straf of maatregel, of onvoldoende bijdraagt aan terugkeer.
Daarna beslist de directeur over deelname. Hij weegt gedrag, motivatie, afspraken, verantwoordelijkheid, verblijfadres, geschiktheid, delict, detentieverloop en terugvalgevaar mee. De jongere moet schriftelijk instemmen en ontvangt de activiteiten, voorwaarden en beëindigingsgronden op schrift.
Volgens artikel 12 Rjj moet de deelnemer aanwijzingen opvolgen, gevraagde informatie geven, adreswijzigingen vooraf melden en geen strafbare feiten plegen. Elektronisch toezicht kan een aanvullende voorwaarde zijn.
Bij overtredingen kan de directeur waarschuwen, voorwaarden aanpassen, tijdelijk terugplaatsen of het STP beëindigen. De minister kan de toestemming intrekken, onder meer bij overtreding van algemene voorwaarden, 24 uur ongeoorloofde afwezigheid zonder overmacht, verdenking van een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, of nieuwe relevante informatie.
Klagen en bezwaar maken
Over STP-beslissingen van de directeur kan de jongere klagen bij de beklagcommissie. Bij ingrijpen wegens overtredingen moet de directeur direct een schriftelijk, gemotiveerd, gedateerd en ondertekend bericht geven, zoveel mogelijk in begrijpelijke taal (artikelen 12 en 13 Rjj).
Tegen beëindiging van nachtdetentie door de officier van justitie staat geen rechtsmiddel open. Volgt een overplaatsing door de selectiefunctionaris, dan zijn daartegen bezwaar bij deze functionaris en beroep bij de RSJ mogelijk. Tegen rechterlijke verlenging van voorlopige hechtenis, en daarmee nachtdetentie, staat beroep open.
Wat betekent dit voor u?
Vraag de huisregels op voor bezoekafspraken en bespreek onderwijswensen met de begeleiding. Gebruik het perspectiefplan om duidelijk te krijgen waaraan de jongere werkt. Bespreek nachtdetentie vroeg met de advocaat als school, werk of behandeling kan doorgaan. Controleer vóór een STP of woonruimte, dagbesteding en voorwaarden duidelijk zijn, en bewaar schriftelijke beslissingen voor een eventuele klacht.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.