Kennisbank
Luchten
Tijdens detentie heeft u recht op dagelijks luchten. Lees welke regels gelden, wanneer beperkingen mogen en wat u kunt doen bij gemiste luchttijd.
Luchten is het dagelijkse verblijf in de buitenlucht tijdens detentie. Ook in een strafcel of tijdens afzondering blijft dit recht bestaan. De inrichting moet daadwerkelijk gelegenheid bieden om naar buiten te gaan; alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden mag dit worden beperkt.
Het recht op dagelijks luchten
Gedetineerden, ingeslotenen, jeugdigen en patiënten hebben recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht. De directeur moet ervoor zorgen dat dit ten minste een uur duurt, tenzij de gezondheid zich daartegen verzet. Dit is een zorgplicht: de directeur moet het luchten mogelijk maken.
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), die onder meer beroepszaken over detentie behandelt, beschouwt luchten als een fundamenteel recht dat iemand in beginsel niet mag worden ontnomen. Een ongemak in de organisatie is daarom niet genoeg om het te laten vervallen.
Gezamenlijk luchten is het uitgangspunt. Meestal gebeurt dit op een luchtplaats of buitenplaats. Afzonderlijk luchten in een luchtkooi kan onder omstandigheden toegestaan zijn, maar die ruimte moet wel geschikt zijn voor werkelijk verblijf in de buitenlucht.
Gevangeniswezen en ingeslotenen
Voor gedetineerden en ingeslotenen staat het recht op luchten in artikel 49, eerste en derde lid, Penitentiaire beginselenwet (Pbw).
De inrichting moet het initiatief nemen
U hoeft niet eerst zelf om luchten te vragen. De directeur moet u daarvoor in beginsel benaderen en de gelegenheid aanbieden. Dat volgt uit de verplichting in artikel 49, derde lid, Pbw om gedetineerden daartoe in de gelegenheid te stellen (RSJ 16 januari 2020, R-19/4499/GA).
Weigert u te luchten, dan moet de inrichting dat schriftelijk als bijzonderheid vastleggen. Ontstaat later onduidelijkheid doordat dit niet goed is geregistreerd, dan moet die onduidelijkheid in uw voordeel worden uitgelegd.
Strafcel, afzondering en langdurig gebruik van een luchtkooi
Een disciplinaire straf, bedoeld als bestraffing, of een ordemaatregel, bedoeld om de orde of veiligheid te beschermen, laat het recht op luchten niet verdwijnen. Tijdens verblijf in een straf- of isoleercel kan een geschikte luchtkooi worden gebruikt.
Langdurig gebruik kan toch problematisch zijn. In een zaak moest een gedetineerde door toezichtsmaatregelen en de bouwkundige situatie zeven maanden in een luchtkooi luchten. Volgens de RSJ stond dat op gespannen voet met:
- artikel 2, vierde lid, Pbw: het beginsel dat beperkingen zo beperkt mogelijk moeten blijven;
- artikel 3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): het verbod op onmenselijke behandeling.
De directeur moest alternatieven zoeken (RSJ 7 december 2015, 15/2880/GA).
Afwezigheid voor de rechtbank
Een gedetineerde die tijdens het luchten naar de rechtbank moest, kreeg geen gelijk in zijn klacht over gemiste luchttijd. De directeur kon in die zaak niet verantwoordelijk worden gehouden voor het missen van het luchtmoment. De omstandigheden van de afwezigheid en de mogelijkheden van de directeur zijn dus relevant.
Justitiële jeugdinrichtingen
Voor jeugdigen is het recht op luchten geregeld in artikel 53, derde lid, Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj). Ook hier is gezamenlijk verblijf in de buitenlucht het uitgangspunt.
Een personeelstekort kan incidenteel reden zijn om een luchtkooi te gebruiken, als de veiligheid op de gewone luchtplaats daardoor niet kan worden gewaarborgd. De luchtkooi moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. Het tekort rechtvaardigt dus niet zonder meer dat luchten helemaal vervalt.
Gedrag tijdens het luchten kan gevolgen hebben voor de resterende luchttijd. Een jeugdige misdroeg zich tijdens het luchten en kreeg een ordemaatregel. De RSJ oordeelde dat de directeur het resterende deel van dat luchtmoment niet hoefde te laten inhalen (RSJ 5 augustus 2003, 03/0859/JA).
Tbs en verpleging
Voor patiënten die onder de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden vallen, staat het recht op luchten in artikel 43, derde lid, Bvt.
Buiten werken en spreken met medepatiënten
Verblijf buiten hoeft niet uitsluitend ontspanning te zijn. Een patiënt die op een boerderij werkte en daardoor dagelijks ten minste een uur buiten was, had volgens de RSJ voldoende gelegenheid tot verblijf in de buitenlucht.
Het recht op luchten omvat ook de mogelijkheid om met medepatiënten te praten. Een spreekverbod tijdens het luchten werd afgekeurd omdat er in die zaak geen noodzaak voor die beperking was (RSJ 7 februari 2018, 17/3117/TA).
Ernstige dreiging en technische uitval
Ernstig dreigend gedrag kan een beperking rechtvaardigen. Dat gebeurde bij een patiënt die vanaf de ochtend bedreigingen uitte en agressief was. Herhaalde pogingen om het contact te herstellen mislukten. Zelfs met meerdere begeleiders en handboeien kon het luchten niet veilig plaatsvinden.
Ook uitval van het pagersysteem werd in een tbs-zaak als uitzonderlijk beoordeeld. De portofoons konden de haperende piepers niet vervangen, waardoor het personeel onvoldoende communicatiemiddelen had om het luchten te begeleiden.
Een zitting bij de RSJ
Bij een patiënt die vanwege een RSJ-zitting niet had kunnen luchten, bleef de zorgplicht van de directeur bestaan. Beoordeeld moest worden welke inspanningen nog mogelijk waren, bijvoorbeeld een extra luchtmoment op de volgende dag. Afwezigheid voor een zitting betekent dus niet automatisch dat de inrichting niets meer hoeft te doen.
Aan welke eisen moet de luchtplaats voldoen?
Op de luchtplaats moet enige beschutting tegen het weer aanwezig zijn, zodat het recht op luchten daadwerkelijk kan worden gebruikt. Een tijdelijk geplaatste weerbestendige parasol kan daarvoor voldoende zijn. De RSJ oordeelde dat zo’n voorziening niet betekende dat effectief luchten onmogelijk was.
Eisen aan een luchtkooi
De Nederlandse wet noemt geen minimale afmetingen voor een luchtkooi. Artikel 27.1 van de European Prison Rules (EPR) geeft wel een richtlijn voor bewegen in de open lucht. Deze regels zijn richtlijnen, maar de RSJ betrekt ze bij zijn beoordeling.
Alleen naar buiten kunnen kijken is onvoldoende. Het weer moet ook voelbaar en werkelijk ervaarbaar zijn. De RSJ heeft als eisen genoemd dat de weersomstandigheden kunnen worden gezien, gevoeld en ervaren en dat de oppervlakte minstens 10 vierkante meter bedraagt.
De inrichting van de ruimte maakt daarbij veel verschil:
- Een luchtkooi met een open bovenkant kan in beginsel voldoen.
- Een ruimte van ongeveer 40 vierkante meter met een raster over de hele bovenkant werd aanvaard, omdat zicht op en contact met de open lucht mogelijk bleven.
- Een kooi van ongeveer 10 vierkante meter met een dicht plafond en twee getraliede openingen van 80 bij 135 centimeter voldeed niet. Alleen door die openingen kwamen buitenlucht en daglicht binnen; elektrisch licht brandde voortdurend.
- Een balkon van 0,8 meter diep en 2,5 meter breed, met een gesloten dak, blinde zijmuren en hekwerk, voldeed evenmin. Het was onvoldoende aannemelijk dat de patiënt het weer werkelijk kon voelen of voldoende kon bewegen.
Een afgekeurde luchtkooi
De beroepscommissie kan na afkeuring geen algemeen verbod op toekomstig gebruik opleggen. Toch blijft gebruik onder ongewijzigde omstandigheden in strijd met de wet: het verblijf telt niet als luchten.
Bij gebruik van zo’n afgekeurde kooi moet een financiële tegemoetkoming worden toegekend. Betaling maakt de ruimte echter niet alsnog geschikt of het gebruik rechtmatig.
Wanneer mag luchten worden beperkt?
Alleen zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen een beperking rechtvaardigen. Ook bij ernstige incidenten moet de directeur extra inspanningen leveren om een passende oplossing te bieden. Denk aan extra personeel, beveiliging of mechanische hulpmiddelen.
Uitzonderlijke noodsituaties
De RSJ accepteerde beperkingen onder meer na de tramaanslag op het 24Oktoberplein in Utrecht. De gevolgen raakten de hele inrichting en vrijwel de helft van de gedetineerden kon niet luchten. Een nieuw luchtmoment verlangen werd in die omstandigheden onredelijk gevonden.
Ook een opstand op de luchtplaats met ongeveer 60 gedetineerden, gevolgd door een lockdown, gold als een uitzonderlijke situatie die afwijking rechtvaardigde.
Problemen die niet voldoende zijn
Een defect alarmsysteem werd juist niet als voldoende uitzonderlijk beoordeeld. De directeur moest extra moeite doen om passende compensatie te bieden. Ook bij een reguliere alarmsituatie blijft die inspanningsplicht gelden.
Een grootschalige doorzoeking op een andere afdeling waardoor het luchten uitviel, leverde eveneens een schending op. In die zaak volgde geen tegemoetkoming, omdat het luchtmoment redelijkerwijs niet kon doorgaan en de gedetineerde de volgende dag extra had gelucht (RSJ 30 augustus 2024, 22/29850/GA).
Ook bezoek en luchten mogen niet worden samengevoegd tot één moment dat beide rechten moet vervangen. Volgens de RSJ werden daarmee beide rechten geschonden: afzonderlijke wettelijke rechten mogen niet in elkaar worden geschoven.
Luchten tijdens coronamaatregelen
Tijdens de coronaperiode accepteerde de RSJ sommige beperkingen, maar niet zonder naar de concrete omstandigheden te kijken.
Op 25 juli 2022 werd een beperking tot 30 minuten tijdens quarantaine op cel aanvaard. Mogelijk besmette gedetineerden moesten apart luchten, anderen in kleine groepen. Door de anderhalvemeterregel waren weinig luchtplaatsen beschikbaar. De directeur bood daarnaast extra verzorgingsmomenten, snacks en films aan.
Ook een beperking tijdens vier dagen quarantaine na besmetting van een personeelslid op de unit werd als uitzonderlijk aanvaard.
Daartegenover stond een gedetineerde die wegens besmettingsgevaar 14 dagen afgezonderd zat zonder te luchten. De RSJ oordeelde dat de directeur geen inspanningen had verricht om passende compensatie te bieden. Een gezondheidsmaatregel maakt die verplichting dus niet vanzelf overbodig.
Klagen en compensatie bij gemiste luchttijd
Over schending van het recht op luchten of de zorgplicht van de directeur kunt u een klacht indienen bij de commissie van toezicht. Daarbij kan het gaan om uitgevallen luchttijd, maar ook om een ongeschikte luchtkooi of onvoldoende inspanningen om een gemist moment te herstellen.
Wat is passende compensatie?
Herstel door daadwerkelijk extra te luchten heeft de voorkeur. In beginsel gaat het om een uur buiten of een andere passende tegemoetkoming die geen bestaand recht vervangt.
Niet passend zijn bijvoorbeeld:
- extra luchten waarvoor u een recreatiemoment moet opgeven;
- een recreatiemoment aanbieden waaraan u toch al zou deelnemen.
Als herstel in natura — bijvoorbeeld extra luchttijd — niet mogelijk is, kan een geldelijke tegemoetkoming volgen. Sinds 1 oktober 2025 is het standaardbedrag van de RSJ voor één gemist luchtmoment €12,50. Afwijking is mogelijk als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Wat betekent dit voor u?
U hoeft luchten niet te verdienen en ook niet eerst zelf aan te vragen. De inrichting moet het aanbieden, ook tijdens een straf of afzondering. Valt een moment uit, vraag dan waarom en welke mogelijkheid tot herstel wordt aangeboden.
Voor een eventuele klacht helpt het om concreet te beschrijven:
- wanneer u niet of te kort kon luchten;
- welke reden het personeel daarvoor gaf;
- of u luchten heeft geweigerd of dat dit ten onrechte is geregistreerd;
- welke compensatie is aangeboden en of die ten koste ging van andere activiteiten waarop u recht had;
- hoe de luchtruimte eruitziet en of u daar het weer werkelijk kunt voelen en kunt bewegen.
Bij een luchtkooi is niet alleen de naam of oppervlakte doorslaggevend. Ook het dak, de openingen en het daadwerkelijke contact met de buitenlucht tellen mee. Een financiële vergoeding neemt een blijvend ongeschikte situatie niet weg.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.