Kennisbank
Medische zorg
Uw rechten op medische zorg in detentie, vrije artsenkeuze en klachten over de arts of de organisatie van de zorg.
Ook tijdens detentie heeft u recht op medische zorg. De inrichting moet zorgen dat u een arts kunt bereiken en noodzakelijke zorg ontvangt. De regels en klachtmogelijkheden verschillen tussen gevangenissen, justitiële jeugdinrichtingen en tbs-inrichtingen.
Het recht op goede medische zorg
De kwaliteit van medische zorg in detentie moet ten minste vergelijkbaar zijn met die buiten de inrichting. Dit uitgangspunt volgt uit de toelichting bij de Europese Gevangenisregels. Ook andere internationale normen beschermen de medische verzorging van mensen die vastzitten.
De directeur heeft een zorgplicht: hij moet de noodzakelijke zorg organiseren. Meestal zijn een huisarts, tandarts en psychiater aan de inrichting verbonden. De inrichtingsarts behandelt patiënten, maar adviseert en controleert ook bij bepaalde directiebeslissingen. Die verschillende rollen kunnen spanning opleveren, bijvoorbeeld wanneer dezelfde arts betrokken is bij een dwangmaatregel.
De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt daarnaast patiëntenrechten, waaronder zelfbeschikking en inzage in medische gegevens. Daartegenover staan verplichtingen, zoals redelijkerwijs meewerken aan de behandeling en klachten bespreken.
Gevangeniswezen
Zorg en toegang tot de arts
Artikel 42 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) geeft gedetineerden recht op medische verzorging, waaronder tandheelkundige, psychiatrische en psychologische zorg. De inrichtingsarts moet regelmatig beschikbaar zijn: artikel 42 lid 3 onder a Pbw.
Bij binnenkomst vult u een intakeformulier in, bijvoorbeeld over uw medicijngebruik. Daarna ziet de inrichtingsarts u en worden medische gegevens vastgelegd in uw dossier. Voor het spreekuur dient u een verzoekbriefje in. Een verpleegkundige beoordeelt meestal vooraf wie persoonlijk door de arts moet worden gezien.
De arts onderzoekt, verricht kleine ingrepen, schrijft zorg voor en verwijst zo nodig naar een specialist of ziekenhuis. De directeur moet volgens artikel 42 lid 4 Pbw zorgen voor:
- de medicijnen, diëten en behandelingen die de arts nodig vindt;
- overbrenging naar het ziekenhuis of de instelling waar de behandeling plaatsvindt.
De arts bij maatregelen en dwang
De arts beoordeelt ook of u kunt werken, sporten of aan andere activiteiten kunt deelnemen. Bij afzondering langer dan 24 uur moet de directeur de arts en commissie van toezicht informeren, op grond van artikel 24 lid 6 Pbw. De arts kan vervolgens beoordelen of medische redenen aanleiding geven tot voortzetting of beëindiging.
Voor cameratoezicht tijdens afzondering moet eerst advies worden gevraagd aan een gedragsdeskundige of de arts: artikel 24a lid 2 Pbw. Bij mechanische middelen, waarmee het lichaam wordt beperkt, moet de arts worden ingelicht. Verlenging mag telkens maximaal 24 uur duren en vereist overleg met de arts (artikel 33 Pbw). Ook bij strafcelplaatsing en cameratoezicht daar speelt de arts een rol.
Artikel 32 Pbw maakt een gedwongen geneeskundige handeling mogelijk als de arts die volstrekt noodzakelijk vindt om gevaar voor de gezondheid of veiligheid van u of anderen af te wenden. De directeur beslist; de arts, of een verpleegkundige in diens opdracht, voert de handeling uit.
Voorbeelden uit de rechtspraak
- Voorgeschreven voeding: het uitblijven van noodzakelijke Nutridrink leverde een schending van de zorgplicht op. De gedetineerde kreeg € 25 tegemoetkoming (14 februari 2022, KC 2022/008). Ook onvoldoende aangepaste voeding na een tandheelkundige ingreep leidde tot een gegronde klacht (30 januari 2012, KC 2012/063).
- Ziekmelding: een huisregel die automatisch twee dagen insluiting voorschreef, was in strijd met artikel 23 lid 1 onder c Pbw. Nadat de gedetineerde zich beter had gemeld, had hij weer aan het dagprogramma moeten kunnen deelnemen. De tegemoetkoming bedroeg € 7,50 (4 april 2012, KC 2012/102).
- Afspraak bij de psycholoog: een klacht over een afgezegde afspraak werd ongegrond verklaard, omdat onvoldoende duidelijk was wanneer de afspraak was en waarom deze niet doorging (4 mei 2021, KC 2021/023).
- Meerpersoonscel tijdens corona: de klacht werd afgewezen omdat voldoende maatregelen waren getroffen om extra gezondheidsrisico’s te beperken (4 augustus 2020, KC 2020/018).
Justitiële jeugdinrichtingen
Zorg voor jeugdigen
Artikel 47 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) beschermt het recht op medische verzorging. De arts moet regelmatig beschikbaar zijn. De directeur moet voorgeschreven medicijnen, behandelingen en diëten regelen en zorgen voor overbrenging naar een ziekenhuis of andere behandelinstelling als dat nodig is (artikel 47 leden 3 en 4 Bjj).
De inrichtingsarts werkt als huisarts en beoordeelt daarnaast deelname aan sport en andere activiteiten. Bij afzondering langer dan 24 uur moet de directeur de arts informeren (artikel 25 lid 6 Bjj). Ook bij mechanische middelen, strafcelplaatsing langer dan 24 uur en cameratoezicht is de arts betrokken. Voor cameratoezicht tijdens afzondering moet vooraf advies worden gevraagd aan een gedragsdeskundige of de arts.
Een gedwongen geneeskundige handeling kan plaatsvinden onder artikel 37 Bjj wanneer de arts deze volstrekt noodzakelijk vindt om gevaar voor de jeugdige of anderen af te wenden. Artikel 36 Bjj betreft onderzoek in het lichaam.
Tijdige pijnstilling
Een jeugdige die bij fixatie zijn arm brak, kreeg pijnstillers te laat. Dat onderdeel van zijn klacht werd gegrond verklaard. In beroep kende de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) alsnog € 50 compensatie toe (KC 2016/019; RSJ 28 juni 2016, 16/0915/JA).
Tbs-inrichtingen
Lichamelijke zorg en psychiatrische behandeling
Artikel 41 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) geeft recht op lichamelijke, ook wel somatische, en tandheelkundige zorg. De psychiatrische behandeling binnen de tbs valt daar niet onder: daarvoor geldt de behandelzorgplicht van artikel 17 Bvt.
De inrichtingsarts en tandarts moeten regelmatig beschikbaar zijn. De directeur moet noodzakelijke medicijnen, diëten, behandelingen en overbrenging naar een behandelinstelling organiseren (artikel 41 leden 3 en 4 Bvt).
De arts is betrokken bij afzondering, mechanische middelen en cameratoezicht: artikelen 34, 27 en 34a Bvt. Een gedwongen medische handeling valt onder artikel 26 Bvt en vereist dat de arts deze volstrekt noodzakelijk vindt om gevaar voor gezondheid of veiligheid af te wenden.
Artikel 28 Bvt betreft een ingreep gericht op vermindering van gevaarlijk gedrag waarvan de gevolgen niet terug te draaien zijn. Daarvoor zijn uitleg over aard en gevolgen, toestemming van de verpleegde en advies van een externe arts nodig.
Klachten in de tbs
Tbs-verpleegden kunnen niet de medische klachtenroute via de Medisch Adviseur gebruiken. Artikel 55 Bvt biedt wel bemiddeling door de commissie van toezicht over de organisatie van zorg en het handelen van de directeur. Tegen bepaalde directiebeslissingen staat beklag open op grond van artikelen 56 en 57 Bvt, bijvoorbeeld bij afzondering of een gedwongen medische handeling.
Artikel 56 lid 4 Bvt maakt onderscheid tussen schending van het recht op zorg en de wijze waarop de zorgplicht wordt uitgevoerd. Over het niet of te laat geven van voorgeschreven medicijnen kan worden geklaagd; over de manier van uitreiken niet. Het medische handelen van de arts zelf wordt niet via deze beklagroute beoordeeld.
Een oordeel van een andere kliniek bindt de eigen arts niet automatisch. Bij een klacht over een medisch matras moest de kliniekarts zelf de medische noodzaak beoordelen. Een indicatie van een ziekenhuisspecialist zou anders wegen (24 mei 2012, 11/4448/TA en 12/0048/TA).
Zelf een arts kiezen
Artikel 42 lid 2 Pbw, artikel 47 lid 2 Bjj en artikel 41 lid 2 Bvt geven recht op raadpleging van een arts naar eigen keuze, voor eigen rekening. De directeur moet dit mogelijk maken. Dit recht hangt samen met het privacyrecht van artikel 8 EVRM.
Het gaat om advies, niet om het overnemen van de behandeling door een externe arts. De geraadpleegde arts mag wel met de inrichtingsarts overleggen. Ook een specialist of tandarts valt onder vrije artsenkeuze (RSJ 25 mei 2004, 04/0156/GM).
Een klinisch psycholoog is geen arts. Artikel 42 lid 2 Pbw geeft daarom geen recht op een psycholoog naar keuze (RSJ 18 juli 2002, 02/0186/GA). In de tbs geldt vrije artsenkeuze evenmin voor de psychiatrische behandeling (RSJ 9 februari 2007, 06/1828/TA).
Voorkeur en spoed
Volgens het standpunt van artsenfederatie KNMG kunt u bij niet-acute zorg tijdig een voorkeur voor een mannelijke of vrouwelijke arts aangeven. Doe dat bij het maken van de afspraak. Voorkeuren gebaseerd op bijvoorbeeld huidskleur, afkomst of levensovertuiging vallen hier niet onder. De instelling hoeft geen roosters of andere afspraken te veranderen om uw voorkeur mogelijk te maken.
Bij spoed helpt de beschikbare arts. Het KNMG-standpunt laat ruimte om die arts te weigeren; de arts moet dan wijzen op gezondheidsrisico’s en de weigering schriftelijk vastleggen. Bij levensgevaar moet de noodzaak van behandeling nadrukkelijk worden uitgelegd. Voor gedwongen medische handelingen gelden de afzonderlijke wettelijke regels hierboven.
Een arts kan een patiënt om zwaarwegende redenen weigeren, bijvoorbeeld overbelasting. Weigert u bij niet-acute zorg de aangeboden arts, dan kan de instelling dit als niet verschijnen behandelen en na waarschuwing kosten rekenen.
Klagen over medische zorg
Gevangenis en jeugdinrichting: twee routes
De juiste procedure hangt af van uw klacht:
- Medisch inhoudelijk: bijvoorbeeld een diagnose, medicijnkeuze, behandeling of weigering van een verwijzing. Hiervoor gelden artikelen 71b tot en met 71f Pbw of artikelen 76b tot en met 76f Bjj. Ook betrokken verpleegkundigen en andere zorgverleners vallen hieronder.
- Organisatie of directiebeslissing: bijvoorbeeld het niet verstrekken van voorgeschreven medicijnen. Hiervoor kunt u bij de commissie van toezicht terecht, op grond van artikel 60 Pbw of artikel 65 Bjj.
Voor de medische route vraagt u schriftelijk om bemiddeling door de Medisch Adviseur. Eerst probeert het Hoofd Zorg met een gesprek een oplossing te bereiken. Lukt dat niet, dan gaan medische onderdelen naar de Medisch Adviseur en organisatorische onderdelen naar de commissie van toezicht, met een toelichting op de bemiddeling.
De Medisch Adviseur bemiddelt en geeft schriftelijk advies. Na dit advies, of na de uitspraak op beklag, is beroep bij de RSJ mogelijk. Eén gebeurtenis kan beide routes opleveren: de directiebeslissing tot dwang en de medische uitvoering worden afzonderlijk beoordeeld.
Medisch tuchtrecht
Daarnaast kunt u schriftelijk klagen bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Artikel 47 Wet BIG geldt onder meer voor artsen, tandartsen, verpleegkundigen en gezondheidspsychologen, niet voor de directeur als zodanig.
Een klacht kan tot tien jaar na het handelen of nalaten worden ingediend. Na vooronderzoek en een poging tot een gezamenlijke oplossing kan een zitting volgen. Binnen twee maanden na sluiting van het onderzoek volgt de beslissing. Artikel 48 Wet BIG regelt mogelijke maatregelen. Beroep bij het Centraal Tuchtcollege moet binnen zes weken na verzending van de beslissing worden ingesteld.
Een minderjarige kan deze tuchtklacht niet zelf indienen; ouders kunnen dat namens hun kind of uit eigen beweging doen. Ook naasten en nabestaanden kunnen klagen.
Nationale Ombudsman
De Nationale Ombudsman kan de organisatie van medische zorg onderzoeken, maar beoordeelt niet het medische handelen van de arts. Een verzoek kan volgens artikel 9:24 Awb tot één jaar na de gedraging worden ingediend.
Tijdens lopend beklag of beroep begint de Ombudsman geen onderzoek. Na inhoudelijke beoordeling door de RSJ is onderzoek in beginsel niet meer mogelijk. Heeft u een beschikbare procedure niet gebruikt, dan moet u uitleggen waarom. Aanbevelingen van de Ombudsman zijn niet bindend. Minderjarigen mogen zelf een verzoek indienen; ouders of voogden kunnen dat ook.
Wat betekent dit voor u?
Geef bij binnenkomst uw medicijngebruik door en vraag via de medische dienst om beoordeling van klachten. Houd bij wat is voorgeschreven en wat u daadwerkelijk ontvangt. Noteer bij problemen wat er gebeurde, wanneer en wie erbij betrokken was. Maak bij een klacht duidelijk of u het oneens bent met een medische beslissing, of dat voorgeschreven zorg niet wordt uitgevoerd: dat bepaalt welke klachtenroute past.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.