Kennisbank
Vervoer
Welke regels gelden tijdens vervoer vanuit detentie, wie is verantwoordelijk en waar kunt u klagen over handboeien, geweld of ontbrekende medicijnen?
Vervoer vanuit een inrichting kan nodig zijn voor een rechtszaak, medische behandeling, overplaatsing of bijzonder familiebezoek. Ook onderweg gelden regels over veiligheid, verzorging en uw behandeling. Wie verantwoordelijk is en waar u kunt klagen, hangt af van het soort vervoer en van wat er is gebeurd.
Wie regelt het vervoer?
De Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) is de landelijke vervoersdienst van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Sommige inrichtingen mogen bepaalde ritten zelf uitvoeren. Voor beide geldt de Regeling vervoer van justitiabelen; ‘justitiabelen’ is hier de verzamelnaam voor de mensen die worden vervoerd.
Naar een gerechtelijke procedure
Vervoer voor een gerechtelijke procedure heet rechtsgangvervoer. Het Openbaar Ministerie of de rechtbank regelt dit in beginsel, niet de directeur. De directeur kan wel verantwoordelijk zijn als op zijn initiatief het beveiligingsniveau is aangepast.
Daarnaast kan de directeur een zorgplicht hebben. Zo oordeelde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) dat een directeur moest zorgen dat iemand een zitting kon bijwonen nadat die persoon dat tijdig en herhaaldelijk had gevraagd (14/0266/GA). Niet iedere fout bij rechtsgangvervoer is echter aan de directeur toe te rekenen.
Medisch, sociaal en overplaatsingsvervoer
De inrichting vraagt medisch en sociaal vervoer aan. Medisch vervoer betreft bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek. Sociaal vervoer kan plaatsvinden om humanitaire redenen, zoals kraam-, rouw- of afscheidsbezoek.
Bij vervoer in opdracht van de inrichting blijft de directeur verantwoordelijk, ook wanneer DV&O rijdt. Dit wordt de ‘lange arm’ van de directeur genoemd.
Plaatsing en overplaatsing worden opgedragen door de selectiefunctionaris van DJI: de functionaris die hierover beslist. DV&O voert dit vervoer altijd uit. De verantwoordelijkheidsverdeling is daardoor anders dan bij een rit in opdracht van de directeur.
Extra beveiliging
Bij bijzonderheden beoordeelt de afdeling Risicoanalyse van DV&O de aanvraag. De risicoanalisten bepalen het beveiligingsniveau en het type vervoer.
Een inrichting mag niet zelf rijden als de veiligheidsrisico’s te groot zijn. Dat geldt in ieder geval bij ernstig vluchtgevaar of gevaar voor de algemene veiligheid. Personen op de lijst van gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico worden door Extra Beveiligd Vervoer vervoerd. Alleen bij zeer dringende medische redenen, wanneer uitstel onmogelijk is en DV&O niet tijdig beschikbaar is, mag de inrichting dit vervoer zelf uitvoeren.
Voorbereiding en verzorging onderweg
De aanvrager moet relevante veiligheidsinformatie doorgeven. De inrichting moet ervoor zorgen dat u op tijd klaarstaat. Dit volgt uit de artikelen 9 en 14 van de Regeling vervoer van justitiabelen.
Medicijnen
De inrichting geeft benodigde medicijnen mee aan de wagencommandant, met instructies voor het gebruik tijdens de rit. De transportgeleider bewaart ze en verstrekt ze volgens die instructies (artikel 15 van de Regeling vervoer van justitiabelen).
Ook bij een vroeg vertrek moet de inrichting de medicijnen klaarleggen. De RSJ bevestigde die verantwoordelijkheid in zaak 11/0893/GA.
Eten, drinken en toilet
Als voorzienbaar is dat u onderweg eten nodig heeft, moet de inrichting een lunchpakket en drinken meegeven. U kunt daar vooraf ook zelf om vragen. DV&O verstrekt geen eten of drinken.
Onderweg stoppen om iets te kopen mag alleen bij een noodgeval waarin aanschaf niet kan wachten. Denk aan een sterk uitgelopen rit waardoor iemand zeer lang zonder eten en drinken zit, terwijl er geen alternatief is. Toiletgebruik is alleen toegestaan in een inrichting of andere beveiligde locatie. Deze regels staan in de artikelen 16, 17 en 18 van de Regeling vervoer van justitiabelen.
Een onverwacht lange rit betekent niet automatisch dat de directeur zijn zorgplicht heeft geschonden. In R-19/2650/GA was voldoende verzorging voor de verwachte duur meegegeven en was de langere duur niet voorzienbaar.
Controle, handboeien en geweld
Onderzoek aan lichaam en kleding
U mag tijdens vervoer geen gevaarlijke goederen bij u hebben. De transportaanvrager moet daarvoor zorgen. Bij twijfel kan een transportgeleider op verzoek of uit eigen beweging uw lichaam of kleding onderzoeken. Daarbij kunnen ook meegevoerde voorwerpen worden gecontroleerd. Het onderzoek gebeurt zoveel mogelijk door iemand van hetzelfde geslacht.
Voorwerpen waarmee u uzelf of anderen kunt verwonden, kunnen worden ingenomen, waaronder sieraden. Ze gaan naar de inrichting waar u verblijft, of naar de politie als het bezit strafbaar is (artikel 7 van de Regeling vervoer van justitiabelen).
In KC 2023/028 was verdenking van roken in de bus en het bezit van een aansteker voldoende reden voor fouillering tijdens een tussenstop. De controle vond plaats in een besloten ruimte door medewerkers van hetzelfde geslacht.
Geen automatische toepassing van dwangmiddelen
Handboeien of een broekstok mogen niet zonder individuele beslissing worden gebruikt. Veiligheid moet worden afgewogen tegen uw persoonlijke omstandigheden, waaronder uw gezondheid. Alleen zeggen dat iemand naar een openbare ruimte gaat, is onvoldoende (KC 2017/033).
Handboeien kunnen nodig zijn vanwege:
- gevaar voor ontvluchting;
- gevaar voor u, medewerkers of andere personen;
- gewelddadig gedrag tegen goederen.
Concrete agressie-incidenten kunnen toepassing rechtvaardigen, zoals in RSJ R-18/0969/GA. Algemene uitspraken over iemands gedrag zijn niet altijd voldoende, zoals blijkt uit 21/22728/DA.
Voor geweld en vrijheidsbeperkende middelen gelden proportionaliteit en subsidiariteit: het middel mag niet zwaarder zijn dan nodig en een minder ingrijpend alternatief moet worden meegewogen. Medewerkers moeten voldoende vaardig zijn. Waar mogelijk gaat aan geweld een waarschuwing vooraf. Na geweld moet onverwijld een schriftelijk verslag worden opgesteld.
Tijdens de rit vindt toezicht plaats via camera’s en spreek- en luisterverbindingen.
Gevangeniswezen
Voor gedetineerden gelden onder meer artikel 29 Pbw voor onderzoek aan lichaam en kleding, artikel 35 Pbw voor geweld en vrijheidsbeperking en artikel 42 Pbw voor medische zorg en overbrenging.
De directeur blijft verantwoordelijk voor vervoer naar het ziekenhuis wanneer daar behandeling plaatsvindt. Dat DV&O de rit uitvoert, verandert die zorgplicht niet. In R-18/2260/GA kon de gedetineerde daarom klagen over de directeur; de klacht was uiteindelijk ongegrond omdat geen tekortkoming was aangetoond.
Bij vervoer door het Bijzonder Ondersteuningsteam kan na toestemming van de coördinator van DV&O een blinderingsmiddel worden gebruikt. Artikel 10a van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen regelt dit.
Volgens artikel 3 van de Regeling vervoer van justitiabelen kunnen gedetineerden, tbs-gestelden, andere verpleegden en jeugdigen van achttien jaar of ouder in hetzelfde transport worden vervoerd. Mannen, vrouwen en deze jeugdigen zitten in afzonderlijke compartimenten. Afzonderlijk vervoer kan op verzoek van de aanvrager nodig zijn vanwege een strafrechtelijk onderzoek.
Justitiële jeugdinrichtingen
Voor jeugdigen staan de bevoegdheden tot onderzoek in artikel 34 Bjj en die voor geweld en vrijheidsbeperkende middelen in artikel 40 Bjj. Artikel 47 Bjj betreft de medische zorg en overbrenging. Daarnaast gelden de eigen geweldsinstructie en de Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.
Jeugdigen onder achttien jaar worden niet samen met volwassenen in één voertuig vervoerd. Jongens en meisjes zitten in aparte compartimenten. Voor jeugdigen vanaf achttien jaar geldt de hiervoor genoemde mogelijkheid van gezamenlijk transport, maar met een afzonderlijk compartiment.
De voor volwassenen genoemde handboeien en blinderingsmiddelen mogen niet bij jeugdigen worden gebruikt.
Tbs en overige verpleegden
Voor personen onder de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) gelden artikel 23 Bvt voor onderzoek aan lichaam en kleding en artikel 30 Bvt voor geweld en vrijheidsbeperkende middelen. Artikel 41 Bvt regelt de medische zorg en overbrenging.
Verder gelden de Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en de Regeling toepassing mechanische middelen verpleegden. Ook hier moet toepassing van middelen noodzakelijk zijn en individueel worden beoordeeld. Blinderingsmiddelen mogen niet bij tbs-gestelden worden gebruikt.
Vreemdelingenbewaring
Vreemdelingenbewaring is bestuursrechtelijke vrijheidsbeneming, geen straf. Voor mensen die wegens onrechtmatig verblijf worden vastgehouden op grond van artikel 59 Vw 2000 geldt de Pbw. Voor aan de grens geweigerde vreemdelingen die vastzitten op grond van artikel 6 Vw 2000 geldt de Pbw niet.
Vreemdelingen zonder verblijfsvergunning die strafrechtelijk zijn ingesloten, de zogenoemde VRIS’ers, vallen onder het vervoer voor het gevangeniswezen.
Bij gedwongen uitzetting neemt de Koninklijke Marechaussee op het vliegveld de verantwoordelijkheid voor dwangmiddelen over zodra de vreemdeling aan haar is overgedragen.
De Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring is nog niet in werking getreden. Het wetsvoorstel bevat een afzonderlijke regeling voor vervoerklachten, onder meer over geweld, vrijheidsbeperking en kledingonderzoek. Dat zijn dus nog geen geldende bevoegdheden op grond van die wet.
Privacy en omstandigheden tijdens vervoer
Volgens regel 32 van de European Prison Rules moeten vervoerde gedetineerden zo weinig mogelijk aan publieke aandacht worden blootgesteld en moet hun anonimiteit worden beschermd. Vervoermiddelen mogen geen onvoldoende ventilatie of verlichting hebben en geen onnodige lichamelijke belasting of vernedering veroorzaken. Het vervoer gebeurt onder verantwoordelijkheid en op kosten van de overheid.
Bij een ziekenhuisconsult hoort in beginsel geen toezichthoudend DV&O-personeel in de spreek- of behandelkamer aanwezig te zijn. Alleen strikte veiligheidsnoodzaak kan daarop een uitzondering rechtvaardigen. De afweging moet duidelijk en controleerbaar zijn. De RSJ onderstreepte dit in R-19/3386/GA en kende wegens het ontbreken daarvan € 25 toe.
Een straf of ordemaatregel na een incident
De directeur kan optreden tegen gedrag tijdens vervoer, ook bij rechtsgangvervoer. Een disciplinaire straf is een reactie op verwijtbaar gedrag. Een ordemaatregel dient bijvoorbeeld de veiligheid, de voortgang van de vrijheidsbeneming of uw bescherming.
De wettelijke bepalingen staan onder meer in de artikelen 50/51 en 24/25 Pbw, 54/55 en 24/25 Bjj en 48/49 en 31 en volgende Bvt.
De keuze moet worden onderbouwd. In RSJ 17/1769/GA was onvoldoende uitgelegd waarom na gedrag in de transportbus een ordemaatregel was opgelegd. Ook moet uw eigen aandeel vaststaan: in R-19/4186/GA was onvoldoende aannemelijk dat de klager had bijgedragen aan het ontstaan van een ontsnappingsmogelijkheid.
Klagen over vervoer
Beklagcommissie voor het vervoer
Bij vervoer door DV&O kunt u binnen 7 dagen na de vervoersbeweging klagen bij de landelijke beklagcommissie voor het vervoer over:
- onderzoek aan lichaam en kleding;
- gebruik van geweld of geweldsmiddelen;
- gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
Ook een beslissing om handboeien te gebruiken kan toetsbaar zijn als het vervoer uiteindelijk niet plaatsvindt. Dat besliste de RSJ in 21/22728/DA.
U kunt het klachtenformulier beklagcommissie vervoer gebruiken. De zittingen zijn bij rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht; DV&O verzorgt het vervoer. Deze commissie heeft geen maandcommissaris die kan bemiddelen.
Andere klachten
Andere vervoerklachten, waaronder vermissing van goederen of kostbaarheden, horen bij de commissie van toezicht van de betreffende inrichting. Verkeerd bij DV&O ingediende klachten hierover worden doorgestuurd.
Klachten over het niet meegeven van eten, drinken of medicijnen horen bij de beklagcommissie van de verzendende inrichting. Dit volgt onder meer uit RSJ 21/20495/GA en R-20/6306/GA.
Als zowel de eigen commissie als die van DV&O behandeling weigert, kunt u de Nationale ombudsman schriftelijk om onderzoek vragen op grond van artikel 9:20 in samenhang met artikel 9:18 Awb.
Digitale planning
Aanvragen worden verwerkt via het DV&O-portaal en de systemen AOB en Quintiq. Inrichtingen kunnen medische bijzonderheden en veiligheidsinformatie aanvullen. Aanvragen met bijzonderheden worden door medewerkers en risicoanalisten beoordeeld. Ophaal- en afzettijden kunnen veranderen; het digitale overzicht ververst iedere 15 minuten.
Wat betekent dit voor u?
Bespreek vóór vertrek uw medicatie, behoefte aan eten en drinken en eventuele medische beperkingen. Vraag bij handboeien of andere middelen welke persoonlijke afweging is gemaakt. Noteer bij problemen wat er gebeurde, welke middelen zijn gebruikt en welke gevolgen u ondervond. Let bij een klacht op het juiste adres en op de termijn van 7 dagen voor klachten bij de beklagcommissie voor het vervoer.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.